De basis voor duurzaamheid van gebouwen is de totale bestendigheid ervan in combinatie met een lage milieulast, die aan de bouw en het toekomstige gebruik kunnen worden toegeschreven. Vanaf het begin werken wij vanuit dit besef aan bouwkundigen opgaven. In grote lijn betreft dit: 1 de mate van flexibiliteit van het gebouw en de mogelijkheden om veranderingen vanuit het gebruik eenvoudig op te vangen, 2 de mogelijkheden van toekomstig hergebruik, 3 het totale onderhoud en 4 het milieubeslag van materialen en energiegebruik. Wij zoeken naar realistische oplossingen, waarbij de totale scope van bouw en gebruik aan de orde is. Extra investeringen in het gebouw kunnen aanzienlijke besparingen en milieuvoordelen opleveren tijdens de gebruiksduur. Ook de stedenbouwkundige context speelt een rol. Niet in de laatste plaats door menging van functies, ‘mix to the max’, ontstaan pluriforme leef- en werkomgevingen, waar mensen langer willen blijven wonen, studeren, werken en recreëren met veelal vermindering van de mobiliteit.

Beperking van de milieulast vraagt om een duidelijke visie op het klimaatconcept van het gebouw. Niet alleen in technische zin maar ook gericht op een beheersbare gebruikssituatie. Dit beïnvloedt veelal ook de belevingswaarde: de architectuur van het gebouw. Een ruime blik ten aanzien van het totale energie en materiaalgebruik draagt bij aan specifiekere oplossingen inzake vormgeving en detaillering, zonder dat dit altijd een grote invloed behoeft te hebben op de directe belevingswaarde.

BuroDuurzaam03
duurzaamheid

bestendigheid • aanpasbaarheid
materialisatie    •    energielast
kosten Σ = (bouw ‐ onderhoud • exploitatie)